SenterNovem heet nu Agentschap NL.
Deze website wordt in de loop van 2010 aangepast aan de Rijkshuisstijl.

Innovatie In Dialoog foto top
SenterNovem > Watertechnologie > innoWATOR > innoWATOR 2010 > Spelregels

Spelregels

innoWATOR 2010

Uit de publicatie in de Staatscourant volgen de volgende financiële voorwaarden voor de regeling.

Totale budget: 8 miljoen euro waarvan:

  • Sluitingsdatum voor de nationale tender: 28 mei 2010, 17.00 uur
  • De indieningsperiode voor internationale projecten loopt van 8 februari t/m 29 oktober 2010, op basis van wie het eerst komt, het eerst maalt
  • De indieningsperiode voor garantiefaciliteit loopt van 8 februari 2010 t/m 11 juni 2010
  • 4 miljoen euro voor nationale projecten
  • 2 miljoen voor garantiefaciliteit
  • 2 miljoen voor internationale projecten
  • Maximale subsidie per project: 500.000 euro
  • Minimale projectkosten: 150.000 euro
  • Maximale looptijd: 3 jaar (garantiefaciliteit maximaal 2 jaar)       

Subsidiepercentages:

Ondernemers

  • Industrieel onderzoek: 35%
  • Experimentele ontwikkeling: 25%        

Ondernemers - MKB (<250 werknemers, zie MKB toets)

  • Toeslag van 10%          

Onderzoeksorganisaties

  • Industrieel onderzoek: 50%
  • Experimentele ontwikkeling: 25%        


Subsidiabele kosten
Alleen projectkosten voor industrieel onderzoek en experimentele ontwikkeling zijn subsidiabel.

  • Industrieel onderzoek: onderzoek dat is gericht op het opdoen van nieuwe kennis met het doel deze te gebruiken bij de ontwikkeling van nieuwe producten, processen of diensten of om bestaande producten, processen of diensten aanmerkelijk te verbeteren
  • Experimentele ontwikkeling: het verwerven, combineren, vormgeven en gebruiken van bestaande wetenschappelijke, technische, zakelijke en andere relevante kennis en vaardigheden voor plannen, schema's of ontwerpen van nieuwe, gewijzigde of verbeterde producten, procedés of diensten. Hieronder kan tevens de conceptuele formulering en het ontwerp van alternatieve producten, procedés of diensten worden verstaan. Deze activiteiten kunnen tevens het maken van ontwerpen, tekeningen, plannen en andere documentatie omvatten, mits zij niet voor commercieel gebruik zijn bestemd.
    De ontwikkeling van commercieel bruikbare prototypes en proefprojecten valt eveneens onder experimentele ontwikkeling indien het prototype het commerciële eindproduct is en de productie ervan te duur is om alleen voor demonstratie- en validatiedoeleinden te worden gebruikt. Bij commercieel gebruik van demonstratie- of proefprojecten worden eventuele inkomsten die hieruit voortvloeien, op de in aanmerking komende kosten in mindering gebracht.
    De kosten van de experimentele ontwikkeling en het testen van producten, procedés en diensten komen eveneens in aanmerking, voor zover deze niet voor industriële toepassing of commerciële exploitatie kunnen worden gebruikt of geschikt gemaakt.
    Onder experimentele ontwikkeling wordt niet verstaan de routinematige of periodieke wijziging van bestaande producten, productielijnen, fabricageprocessen, diensten en andere courante activiteiten, zelfs indien deze wijzigingen verbeteringen kunnen inhouden.


Projectkosten
Binnen de innoWATOR-regeling worden de volgende kosten als subsidiabel aangemerkt:

  • loonkosten (werkelijke loonkosten, zonder winstopslag)
  • opslag voor algemene kosten (50% van de loonkosten)
  • kosten voor gebruik bestaande machines en apparatuur
  • kosten voor speciaal aan te schaffen machines en apparatuur
  • kosten van verbruikte materialen en hulpmiddelen
  • aan derden verschuldigde kosten
  • kosten voor buitenlandstages
  • kosten voor octrooiaanvragen voor publiek gefinancierde kennisinstellingen en MKB-ondernemers
  • kosten voor kennisoverdracht         

Integrale kostentarief
Het is ook mogelijk voor aanvragers om gebruik te maken van het integrale kostentarief. Voor informatie hierover kunt u contact opnemen met Maurice Luijten van Agentschap NL, 088 – 602 53 21.

Beoordeling
De nationale projecten worden door een externe adviescommissie beoordeeld en gerangschikt. De internationale projecten worden individueel beoordeeld op volgorde van indiening. Voor de beoordeling van beide groepen  projecten gebruikt de advissiecommissie de volgende criteria:

  • Kwaliteit van de samenwerking
  • Technologische innovatie
  • Duurzaam Nederlands economisch perspectief
  • Betrokkenheid van een relevante beoogde eindgebruiker        

Samenwerking
Voor de internationale tender geldt eveneens dat samenwerking met een juiste partner vereist is. Tevens is voor internationale projecten het Eureka-label een vereiste.

Wijzigingsdatum | 02-02-2010