Aanschafkosten
Hieronder vallen de kosten die bij derden zijn gemaakt, zoals de aankoopsom plus de bijkomende kosten die door derden nodig zijn om een bedrijfsmiddel bedrijfsklaar te krijgen (bijvoorbeeld montagekosten).
Voortbrengingskosten
Hiervan is sprake als een bedrijfsmiddel onder regie van de eigen onderneming is vervaardigd. Arbeidskosten van de eigen werknemers, maar ook arbeidskosten van ingehuurde medewerkers of loonwerkers vallen hieronder. Kosten voor materialen uit eigen magazijn of onderdelen van het bedrijfsmiddel die onder eigen regie zijn gekocht en geïnstalleerd behoren eveneens tot de voortbrengingskosten.
Aanpassingskosten en/of nieuwe toegevoegde onderdelen
Kosten die voortvloeien uit het aanpassen van een bepaald bedrijfsmiddel kunnen in aanmerking komen als het 'aangepaste bedrijfsmiddel' voldoet aan de eisen van de Milieulijst. De aanpassing moet wel een milieuvoordeel ten opzichte van de oude situatie tot gevolg hebben. Slechts nieuwe materialen komen in aanmerking. Montagekosten voor gebruikte materialen komen wel in aanmerking. Onderhoudskosten komen nooit in aanmerking.
Bovengrens in de regelingen
Vanaf 1 januari 2008 mag u maximaal € 25.000.000 per bedrijfsmiddel melden.
Aftopping
Indien bij de beschrijving van het bedrijfsmiddel in de Milieulijst een ander maximum bedrag (aftopping) wordt genoemd, dan geldt dit laatste bedrag per bedrijfsmiddel. De hoogte van de aftopping heeft meestal te maken met Europese regelgeving die stelt dat in veel gevallen niet meer dan 30% of 40% van de meerkosten mag worden gestimuleerd. Om te voorkomen dat deze grens wordt overschreden bij gebruik van MIA en Vamil, is in die gevallen het bedrag dat in aanmerking komt, afgetopt. Ook kan de aftopping het gevolg zijn van een beleidsmatige keuze (bijvoorbeeld in verband met het beschikbare budget).
Let op! Als u subsidie ontvangt voor de investering in een bedrijfsmiddel, dan moet u het subsidiebedrag aftrekken van de aanschaf- of voortbrengingskosten.