SenterNovem heet nu Agentschap NL.
Deze website wordt in de loop van 2010 aangepast aan de Rijkshuisstijl.

top afbeelding
SenterNovem > Uitvoering afvalbeheer > Beleid > Lokaal beleid > Gemeente als beheerder

Gemeente als beheerder

De beheerstaken van gemeenten op het gebied van afval betreffen het financieel beheer, beheer van contracten en de aanpak van monitoring en benchmarken.

1. Waarom verschillen de kosten van afvalbeheer per gemeente?

In 2005 hebben gemeenten gemiddeld € 247,- per huishouden uitgegeven aan het afvalbeheer van huishoudelijk afval. Per gemeente kan de afvalstoffenheffing per huishouden sterk verschillen. 

Hiervoor zijn meerdere oorzaken te noemen: 

1 Afvalaanbod

Per gemeente kan het afvalaanbod en daarmee de begrote kosten sterk verschillen. Dit geldt zowel voor het totaalaanbod als voor de verhouding tussen het restafval en gescheiden ingezamelde herbruikbare afvalfracties.

2 Kostentoedeling

Per gemeenten kan de kostentoedeling verschillen, onder meer bij: 

  • de kostenposten die in de begroting voor het afvalbeheer worden betrokken
  • de afbakening van kosten/baten tussen huishoudelijk afval en bedrijfsafval 
  • het opbouwen en aanspreken van reserves.          

3 Andere inkomstenbronnen

Gemeenten kunnen ook andere inkomstenbronnen gebruiken om de kosten voor het afvalbeheer te dekken (in 2005 bij 20% van de gemeenten). De kostendekking vanuit de afvalstoffenheffing stijgt. 

4 Kwijtscheldingen

Het percentage kwijtscheldingen kan sterk verschillen, doordat gemeenten niet overal dezelfde grondslag voor kwijtschelding hanteren en het aantal inwoners met lage inkomens per gemeente sterk kan verschillen (bijvoorbeeld door veel studenten). Kwijtschelding betekent dat de financiële prikkel om meer afval te scheiden en minder afval aan te bieden wordt weggenomen. 

 

Deze factoren zijn met name van invloed zijn op het totaal begrote bedrag voor het beheer van huishoudelijk afval en op het aantal huishoudens waarover dit kan worden omgeslagen. Beide zijn bepalend voor de gemiddelde afvalstoffenheffing die een gemeente oplegt.

Actuele informatie over de hoogte van de afvalstoffenheffing wordt jaarlijks door Uitvoering Afvalbeheer in kaart gebracht. Kijk onder publicaties.

Naar boven
2. Hoe komt de afvalstoffenheffing tot stand?

De kosten die gemeenten begroten voor het beheer van huishoudelijk afval (inzameling, transport, verwerking en diverse dienstverleningen, zoals bijvoorbeeld een milieustraat) worden op jaarlijkse basis per huishouden omgeslagen in de afvalstoffenheffing. 

Gemeenten hanteren tevens verschillende omslagsystemen voor het vaststellen van de afvalstoffenheffing per huishouden, waardoor binnen de gemeenten verschillende tarieven kunnen ontstaan (tariefdifferentiatie). Hieronder wordt nader op deze systemen ingegaan.

De afvalstoffenheffing is voor alle huishoudens gelijk

Een op de tien (vooral grotere) gemeenten gebruikte in 2005 dit meest eenvoudige omslagsysteem. De lage administratieve lasten zijn een duidelijk voordeel, maar een nadeel is het ontbreken van een rechtvaardige verdeling van de kosten. Bij dit systeem wordt geen enkele rekening gehouden met de relatie tussen de hoeveelheid afval die een huishouden aanbiedt en de prijs die een huishouden daarvoor betaalt. Er is ook geen financiële prikkel om afvalpreventie en afvalscheiding in huishoudens te bevorderen. 

De afvalstoffenheffing is afhankelijk van het aantal personen per huishouden

In ruim 60% van de gemeenten is de heffing afhankelijk van het aantal personen. De gemeenten hanteren in het algemeen twee tarieven, een eenpersoonstarief en een meerpersoonstarief, al dan niet gekoppeld aan verschillende volumes van de afvalcontainers. Bij de tariefvaststelling wordt in het algemeen uitgegaan van een gelijke basislast per huishouden en voor een deel rekening gehouden met een hoger afvalaanbod naarmate het aantal personen per huishouden toeneemt. Opmerkelijk is het ontbreken van een tussentarief voor tweepersoonshuishoudens, terwijl inmiddels een op drie huishoudens uit twee personen bestaat. Dit betekent dat deze groep huishoudens in de huidige opzet van dit systeem relatief zwaar wordt belast en grote gezinnen er voordelig bij uitspringen. Net als bij het hierboven beschreven systeem, biedt een systeem op basis van grootte van het huishouden geen financiële prikkel om afvalpreventie en afvalscheiding te bevorderen. Immers individuele huishoudens kunnen hiermee geen voordeel behalen. 

De afvalstoffenheffing is afhankelijk van het afvalaanbod

Tariefdifferentiatie ('diftar') bij de afvalinzameling wordt in 2005 door ongeveer 30% van de gemeenten in praktijk gebracht. Het aantal gemeenten met diftar neemt langzaam maar zeker toe. Er zijn verschillende systemen mogelijk, waarbij de hoogte van het tarief dat in rekening wordt gebracht varieert naar volume van afvalcontainer, frequentie van aanbieding, en/of gewicht. Ook bestaat het systeem van de 'dure' zak, en worden combinaties van systemen toegepast. 

Naar boven
3. Differentiatie van afvalstoffenheffing (diftar): hoe werkt het?

Veel gemeenten overwegen de invoering van een systeem van tariefsdifferentiatie. De hoogte van de afvalstoffenheffing per huishouden wordt dan afhankelijk gemaakt van de hoeveelheid afval die een huishouden aanbied. De gemeentelijke doelstelling met diftar is meestal tweeledig:

  • gedragsbeïnvloeding van de burger via financiële prikkels, met als doel afvalpreventie en afvalscheiding te bevorderen met het oog op hergebruik
  • een rechtvaardige verdeling van de kosten over de burgers. De vervuiler betaalt voor milieuonvriendelijk gedrag of wordt beloond voor milieuvriendelijk gedrag.            

Daarbij moet worden opgemerkt dat niet elke vorm van tariefdifferentiatie beide doelen dient en dat ook niet alle gemeenten die met diftar bezig zijn of gaan, dit nastreven. 

In de notitie Eerste hulp bij discussie over diftar zijn de voor- en nadelen van diftarsystemen beschreven. 

Gemiddeld genomen is de hoeveelheid ingezameld restafval in diftar-gemeenten kleiner dan in gemeenten zonder diftar. De hoeveelheid gescheiden ingezameld papier- en glasafval is groter en de hoeveelheid gescheiden ingezameld gft-afval is sterk afhankelijk van de tariefstructuur. Als er een gedifferentieerd tarief voor gft-afval wordt gerekend ligt de hoeveelheid in diftargemeenten fors lager (gemiddelde -40%). Is dit niet het geval dan ligt de hoeveelheid gft-afval in diftargemeenten hoger (+40%). 

In de praktijk zijn diverse vormen van tariefdifferentiatie mogelijk. Hieronder volgt een beknopt overzicht van de mogelijkheden, gestoeld op voorbeelden van gemeenten die met diftar bezig zijn.

Er is in Nederland ook nog een klein aantal gemeenten met andere systemen van tariefdifferentiatie, meestal gaat dit om combinaties van bovengenoemde systemen.

Naar boven
4. Wel of niet uitbesteden van de afvalinzameling?

Hoe gemeenten inspelen op de tendens naar schaalvergroting en verdere professionalisering van met name inzameldiensten is afhankelijk van een aantal overwegingen omtrent kostenbeheersing, een doelmatige uitvoering en het behoud van een kwalitatief hoogwaardig serviceniveau. Voor een eigen inzameldienst is een gemeente soms te klein, waardoor deze niet altijd meer rendabel is. Een aantal gemeenten besteedt daarom de uitvoering van de inzameling uit, of heeft dit in het verleden gedaan, aan particuliere bedrijven. Soms vindt deze overgang geleidelijk plaats via een verzelfstandigde gemeentelijke inzameldienst, die op den duur wordt geprivatiseerd. Gemeenten verwachten dat een verzelfstandigde of private organisatie efficiënter (beperking van tariefstijging) en slagvaardiger werkt dan een eigen dienst of samenwerkingsverband.
Deze verschuivingen van taken van een publieke naar een private organisatie zijn tevens ingegeven door de behoefte van de overheid om zich meer op kerntaken terug te trekken (behartigen van het publieke belang), door het streven naar beperking van de overheidsuitgaven en een doelmatiger dienstverlening. De gemeenten zijn vrij hun inzameltaken door hun 'eigen' geprivatiseerde overheidsbedrijf te laten uitvoeren zonder dat hierbij een Europese aanbesteding plaatsvindt. Voorwaarde is dat voor deze opdracht een alleenrecht is verstrekt bij een bestuursrechtelijke bepaling en de betrokken verzelfstandigde dienst gekwalificeerd kan worden als een aanbestedende dienst. Aangetoond moet worden of de verzelfstandigde dienst aangemerkt kan worden als een publiekrechtelijke instelling. De vraag die hierbij van belang is, is of een instelling is opgericht om te voorzien in behoeften van algemeen belang. De daarin beschreven voor- en nadelen van intergemeentelijke samenwerking zijn ook hier van toepassing.

Hoe gemeenten inspelen op de tendens naar schaalvergroting en verdere professionalisering van met name inzameldiensten is afhankelijk van een aantal overwegingen omtrent kostenbeheersing, een doelmatige uitvoering en het behoud van een kwalitatief hoogwaardig serviceniveau. Voor een eigen inzameldienst is een gemeente soms te klein, waardoor deze niet altijd meer rendabel is. Een aantal gemeenten besteedt daarom de uitvoering van de inzameling uit, of heeft dit in het verleden gedaan, aan particuliere bedrijven. Soms vindt deze overgang geleidelijk plaats via een verzelfstandigde gemeentelijke inzameldienst, die op den duur wordt geprivatiseerd. Gemeenten verwachten dat een verzelfstandigde of private organisatie efficiënter (beperking van tariefstijging) en slagvaardiger werkt dan een eigen dienst of samenwerkingsverband.
Deze verschuivingen van taken van een publieke naar een private organisatie zijn tevens ingegeven door de behoefte van de overheid om zich meer op kerntaken terug te trekken (behartigen van het publieke belang), door het streven naar beperking van de overheidsuitgaven en een doelmatiger dienstverlening. De gemeenten zijn vrij hun inzameltaken door hun 'eigen' geprivatiseerde overheidsbedrijf te laten uitvoeren zonder dat hierbij een Europese aanbesteding plaatsvindt. Voorwaarde is dat voor deze opdracht een alleenrecht is verstrekt bij een bestuursrechtelijke bepaling en de betrokken verzelfstandigde dienst gekwalificeerd kan worden als een aanbestedende dienst. Aangetoond moet worden of de verzelfstandigde dienst aangemerkt kan worden als een publiekrechtelijke instelling. De vraag die hierbij van belang is, is of een instelling is opgericht om te voorzien in behoeften van algemeen belang. De daarin beschreven voor- en nadelen van intergemeentelijke samenwerking zijn ook hier van toepassing.

Naar boven
5. Waarop letten bij uitbesteding?

Bij een keuze voor opschaling en privatisering zijn de volgende elementen van belang:

  • het behoud van de bestuurlijke zeggingskracht en controle
  • behoud bestuurlijke bevoegdheid waaronder verordeningen en tariefstelling
  • continuïteitsgarantie voor over- en opgedragen taken
  • behoud van kwalitatief goede inzameling
  • levering van maatwerk toegesneden op gemeentelijke beleidslijnen
  • sociaal acceptabele en verantwoorde oplossing voor het personeel
  • regeling voor overname van materieel en activa
  • goede veiligheidsvoorzieningen en naleving van Arbowet
  • milieuhygiënisch verantwoord opereren.           

Afvalinzamelcontracten zijn voor de gemeente een belangrijk instrument om regie te houden, maar een goede relatie met de inzamelaar is minstens zo belangrijk. Het contact met de uitvoerder van de inzameling moet niet alleen tijdens het afsluiten van het contract goed zijn, maar ook vooral gedurende de looptijd van het contract op peil worden gehouden om het contract flexibel in te kunnen vullen. Door af te spreken dat periodiek verslag wordt gedaan van de uitvoering, zijn er vaste momenten voor contact en voor het bespreken van ontwikkelingen. De rol van zowel de gemeente als de uitvoerder moet voor beiden duidelijk zijn, waarbij het voor de gemeente belangrijk is om de rollen van opdrachtgever en aandeelhouder te scheiden om problemen te voorkomen.

Naar boven
6. Hoe krijgt een gemeente haar contractbeheer op een rij?

Gemeenten hebben veelal een groot aantal inzamelaars onder contract. Vaak zijn voor elke gescheiden ingezamelde stroom, zoals papier, glas, KCA en textiel andere inzamelaars actief. Uitvoering Afvalbeheer heeft een applicatie ontwikkeld waarmee gemeenten hun contractenportefeuille in kaart kunnen brengen en optimaliseren. Meer informatie is hier te vinden

Naar boven
7. Wat speelt er bij het contracteren van verbrandingscapaciteit?

Vanuit hun zorgplicht voor de inzameling van huishoudelijke afvalstoffen zijn een aantal gemeenten als aandeelhouder of zijn als eigenaar betrokken bij de financiering en exploitatie van stortplaatsen en verbrandingsinstallaties en/of hebben langjarige verwerkingscontracten gesloten die verplichten tot levering van afval. Ontwikkelingen die bij het aangaan van verplichtingen niet te voorzien waren, zoals het opengaan van landsgrenzen, uitbreiding van verbrandingscapaciteit, e.d., kunnen leiden tot onderbezetting van inrichtingen, hetgeen financiële risico’s voor de betrokken gemeenten tot gevolg heeft. 

Uit onderzoek naar de contractsituatie bij verwerking van huishoudelijk restafval is gebleken dat minder risicovolle contracten als kenmerken hebben: een vast tarief (met eventueel prijspeilindexering en zonder nacalculatie), geen aanleververplichting voor een vaste minimale hoeveelheid afval en geen gemeentegaranties en/of aandeelhouderschap. Risico’s door gebondenheid aan stortplaatsen worden niet voorzien. Door onder meer het moratorium op stortcapaciteit is zekerheid geboden voor de exploitatie van stortplaatsen. Overigens bestaat er ook geen aanleververplichting van gemeenten aan stortplaatsen, en geldt een stortverbod voor huishoudelijk restafval. Momenteel wordt nagenoeg alle huishoudelijk afval verbrand. Slechts een zeer klein deel komt nog, vanwege uitval van capaciteit van verbrandingsinstallaties, na ontheffing van het stortverbod terecht op een stortplaats.

Naar boven
8. Met monitoren en benchmarken naar een beter afvalbeheer?

Voor inzicht in voortgang en punten van verbetering op het gebied van preventie en afvalscheiding, is het noodzakelijk dat gemeenten de ingezamelde hoeveelheden van de verschillende afvalstromen monitoren. Ook uit oogpunt van kostenbeheer is het uniform registreren van kosten voor inzameling, verwerking etc. gewenst. Wanneer dit monitoren bij verschillende gemeenten op uniforme wijze plaatsvindt, kunnen deze resultaten met elkaar vergeleken worden en kan voor de individuele gemeente bepaald worden waar verbeterpunten op het gebied van afvalinzameling, scheiding en -preventie kunnen liggen, en waar kostenoptimalisatie mogelijk is. 

Om te komen tot een uniforme monitoring is de Gemeentelijke Afvalmonitor opgesteld. Dit document geeft nauwkeurig omschreven prestatie-indicatoren en definities die een gemeente helpen bij het in kaart brengen van haar prestaties op het gebied van afvalbeheer en zorgt voor een uniformering van de registratie. De gemeentelijke afvalmonitor is voor gemeenten een hulpmiddel bij de afvalregistratie en kan gebruikt worden als naslagwerk bij het inrichten van de registratie of de aanschaf van registratiesystemen. 

Uitvoering Afvalbeheer faciliteert een gemeentelijke benchmark op kosten, milieuprestaties en dienstverlening op afvalgebied. Meer informatie vindt u hier.  

Naar boven
Wijzigingsdatum | 15-02-2010