Beleid en regelgevingOp 13 augustus 2004 is het Besluit beheer wit- en bruingoed ingetrokken en zijn de Regeling beheer elektrische en elektronische apparatuur en (de meeste artikelen van) het Besluit beheer elektrische en elektronische apparatuur in werking getreden. Evenals het Besluit beheer wit- en bruingoed voorziet de nieuwe regelgeving in producentenverantwoordelijkheid voor elektrische en elektronische apparatuur. Er is echter een aantal veranderingen.
Waarom deze veranderingen? De nieuwe regelgeving is een implementatie van de Europese richtlijnen inzake elektrische en elektronische apparatuur (richtlijn nr. 2002/95/EG en nr. 2002/96/EG). De implementatie is strikt, wat betekent dat de richtlijnen zoveel mogelijk ‘één op één’ zijn omgezet. Omdat in Nederland al producentenverantwoordelijkheid was ingevoerd voor afgedankt wit- en bruingoed in het Besluit beheer wit- en bruingoed en de Europese richtlijnen niet helemaal hetzelfde zijn als dat Besluit, is een aantal zaken gewijzigd, onder andere voor gemeenten.
Belangrijkste wijzigingen ten opzichte van het Besluit beheer wit- en bruingoed - De nieuwe regelgeving heeft een grotere reikwijdte. Zo vallen ook automaten, fitnessapparaten, en medische hulpmiddelen (zoals TL-buizen en spaarlampen) en bepaalde verlichtingsapparatuur onder de nieuwe regelgeving.
- Particulieren, detaillisten en (in bepaalde gevallen) bedrijven moeten afgedankte apparatuur kosteloos bij gemeenten in kunnen leveren.
- Vanaf augustus 2005 moeten nieuwe apparaten van een ‘kca-logo’ voorzien zijn.
Wat verandert er niet - Het handelsverbod voor (H)CFK-houdende koelkasten blijft ongewijzigd bestaan. In het Besluit beheer elektrische en elektronische apparatuur is dit in artikel 3 geregeld.
- De NVMP (www.nvmp.nl) en stichting ICT-Milieu (www.nederlandict.nl) blijven de verplichtingen van de regelgeving namens de verschillende producenten en importeurs uitvoeren.
Verplichtingen voor gemeenten De Regeling beheer elektrische en elektronische apparatuur kent de volgende verplichtingen voor gemeenten. - In de afvalstoffenverordening moet geregeld zijn gemeenten zorgdragen voor de gescheiden inzameling van afgedankte apparatuur bij particuliere huishoudens. Dit is geregeld in artikel 3, eerste en derde lid van de Regeling. Overigens is de gemeente (op grond van artikel 10.21 Wet milieubeheer) alleen verantwoordelijk voor de inzameling (ophalen) van afgedankte apparatuur bij particuliere huishoudens. Deze haalplicht geldt niet voor apparatuur die wordt afgedankt door bedrijven, kantoren, scholen en andere instellingen, ook niet als de apparatuur naar aard en hoeveelheid vergelijkbaar is met die van particuliere huishoudens. (Lees meer over de gevolgen voor de model-afvalstoffenverordening op de VNG-site).
- Gemeenten moeten er voor zorgen dat er op ten minste één plaats binnen de gemeente (of binnen de gemeenten waarmee wordt samengewerkt) is waar houders en distributeurs (o.a. detaillisten) afgedankte apparatuur van particuliere huishoudens gratis achter kunnen laten. Het gaat hier om een brengvoorziening. Dit is geregeld in artikel 3, tweede lid van de Regeling. Niet alleen particulieren, maar ook scholen, bedrijven, instellingen en andere niet-particuliere ontdoeners moeten hier in bepaalde gevallen hun afgedankte apparatuur gratis kunnen afgeven. De gemeente is verplicht tot gratis inname indien het gaat om afgedankte apparatuur die naar aard en hoeveelheid vergelijkbaar is met die van particuliere huishoudens. Het kan hier bijvoorbeeld gaan om een koelkast uit een bedrijfskantine die, wat model en afmeting betreft, vergelijkbaar is met een koelkast die in een particulier huishouden wordt gebruikt. Een afgedankte professionele koelinstallatie of drankenautomaat zijn voorbeelden van apparaten die naar aard niet vergelijkbaar zijn met apparaten uit particuliere huishoudens. Een partij van 10 afgedankte televisies uit bijvoorbeeld een ziekenhuis is eveneens niet aan te merken als apparatuur die naar aard en hoeveelheid vergelijkbaar is met die van particuliere huishoudens. Immers, een particulier huishouden dankt niet 10 televisies tegelijk af. Verder moet de gemeente ook gratis de apparatuur die door detaillisten wordt ingeleverd innemen, als het om apparaten gaat die via de ‘oud voor nieuw’-regeling zijn ingeleverd bij de detaillist. Meer informatie vindt u in de toelichting bij de Regeling, met name wordt gewezen op de artikelsgewijze toelichting op artikel 3. Ook is dit punt behandeld in de antwoorden op de kamervragen (Tweede kamer, vergaderjaar 2003-2004, 29.200 XI, nr. 117).
Wat gebeurt er met de door de gemeente ingenomen apparatuur en wie betaalt dat?
De apparatuur die door gemeenten wordt ingenomen, moet worden opgehaald, vervoerd en verwerkt door de producenten vanaf de gemeentelijke innameplaats (de brengvoorziening die is genoemd in artikel 3, tweede lid van de Regeling). In de praktijk wordt deze apparatuur eerst overgebracht naar een ROS om te worden gesorteerd en overgeslagen. Aan de verwerking zijn ook regels gesteld. Verder is in de regelgeving bepaald dat de producenten verantwoordelijk zijn voor de financiering van de inname en verwerking van de afgedankte apparatuur. Deze verantwoordelijkheid begint vanaf de afgifte bij de gemeentelijke innameplaats.
Wijzigingsdatum | 23-03-2006
|
|