energietransitie top
SenterNovem > EnergieTransitie > Over EnergieTransitie > Wat is een transitie?

Wat is een transitie?

De EnergieTransitie is niet de eerste systeemverandering. Ook in het verleden hebben veranderingen plaatsgevonden die impact hadden op de techniek en de maatschappij. Een aantal voorbeelden:

Van fossiele brandstoffen naar biobrandstoffen
Klimaatneutrale brandstoffen zullen een belangrijke rol spelen in de reductie van de emissies van broeikasgassen en de vervanging van niet-duurzame fossiele brandstoffen. Het gebruik van biomassa als klimaatneutrale brandstof is veelbelovend, maar vraagt ingrijpende veranderingen in onze energie-infrastructuur en diepgaande verkenning van de toepassingsmogelijkheden. Sinds eind jaren 80 stimuleert de Nederlandse overheid het gebruik van biomassa voor energietoepassingen. Vanaf 1998 wordt dit onder meer gedaan via het programma GAVE. Dit programma is een ketendemonstratieprogramma en richt zich op alliantievorming en het ontwikkelen van nieuwe mogelijkheden. Het programma is vooral vernieuwend voor wat betreft het systematisch verkennen van het speelveld, de ruimte voor langlopende experimenten en het overlaten van keuzes aan marktpartijen.

Van zeilen naar stoom
In een periode van ruim honderd jaar (1780-1920) verdringen stoomschepen de zeilschepen voor vrachtvervoer over de oceaan. De introductie van stoomschepen komt tot ontwikkeling via nichemarkten waarin de snelheid en regelmatigheid opwegen tegen de hogere investerings- en brandstofkosten. Er komen de nodige innovaties tot stand, zoals schroefaandrijving, de 'compound engine', gebruik van ijzer, en zo meer. Ook de infrastructuur (havens, scheepswerven) en sectorpraktijken (financiering, verzekering, prijsafspraken) veranderen aanzienlijk. Er is sprake van een langzame verdringing. Pas rond 1880 zet de daling van zeilschip-tonnage in.

Van kolen naar aardgas
De omwenteling van het gebruik naar aardgas verloopt in Nederland zeer snel als gevolg van gunstige omstandigheden. Vanaf het begin van de 20ste eeuw wordt lokaal gas geproduceerd. Na de tweede wereldoorlog wordt een landelijk gasnet aangelegd voor de verspreiding van stadsgas. Als kort daarna het aardgas in Slochteren wordt ontdekt, is de benodigde infrastructuur al klaar. Nederland gaat tijdens de jaren zestig volledig over op aardgas. Het hele project duurt zes jaar. De landelijke overheid ondersteunt de overgang met een intensieve voorlichtingscampagne en krijgt via de Gasunie een stevige grip op de gasvoorziening in Nederland.


Van water keren naar water accommoderen
Het waterbeheer in Nederland verkeert in een overgangsfase. Het traditionele waterbeheer gericht op dijkenbouw en wegpompen van water voldoet niet meer. Het water moet weer de ruimte krijgen en vooral in evenwicht met de (natuurlijke) omgeving worden gezien. Deze omslag in het denken over waterbeheer begint in de jaren '70 en '80. De overstromingen in 1993 en 1995 zorgen er uiteindelijk voor dat een veel groter aantal partijen anders gaat nadenken over watermanagement. De stap van de theorie van meer 'natuurlijk en ecologisch' waterbeheer naar de praktijk is echter nog heel erg groot. De komende 20 jaar zijn nog zeker nodig om te komen tot een duurzaam watermanagement.

Betrokken ministeries
Ook andere ministeries zijn bezig met een Transitie-aanpak (o.a. het ministerie van Landbouw). Deze Transities komen voort uit het Vierde Nationale Milieubeleidsplan als manier om hardnekkige milieuproblemen op te lossen. Het ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM) coördineert het Transitiebeleid. Er zijn vier Transities gedefinieerd:

People, Planet Profit
De verschillende bestaande Transitietrajecten hanteren per onderwerp een werkwijze waarbij de drie componenten van duurzame ontwikkeling aandacht krijgen: economische groei en sociale ontwikkeling binnen een kader van milieuvoorwaarden, oftewel de drie P’s: People, Planet en Profit.

Academisch draagvlak
Vanuit academische hoek doen onder andere de Universiteit van Maastricht, International Centre for Integrative Studies, en de Erasmus Universiteit, Dutch Research Institute for Transitions, onderzoek naar transitiemanagement. Ter ondersteuning is tevens het Competentiecentrum Transities opgericht. 

Wijzigingsdatum | 30-12-2009