SenterNovem heet nu Agentschap NL.
Deze website wordt in de loop van 2010 aangepast aan de Rijkshuisstijl.

Top
SenterNovem > Duurzame energie > DE-technieken > Warmtepompen

Wat is een warmtepomp?


Een warmtepomp is een apparaat dat duurzame omgevingswarmte van een laag naar een hoger en bruikbaar temperatuurniveau brengt. De warmte kan worden onttrokken aan de omgeving: bodem, water, lucht of afvalwarmte. Voor het aandrijven van de warmtepomp is een beperkte hoeveelheid primaire energie nodig. Door duurzame energie te benutten kan een warmtepomp tot ca. 50% primaire energie besparen ten opzichte van een cv-ketel.


  

Meer informatie

Stichting Bouw Research (SBR) - Warmtepompen
Milieucentraal (home)

De werking van de warmtepomp


Warmtepompen werken in principe net als een koelkast waarbij elektriciteit of aardgas als brandstof kan worden ingezet. De standaard huishoudelijk koelkast is gebouwd als elektrisch aangedreven compressiewarmtepomp terwijl de campingkoelkastjes die op gas of elektriciteit kunnen werken voorbeelden zijn van absorptiewarmtepompen.


  • Bij een compressiewarmtepomp wordt de transportvloeistof met behulp van een compressor samengeperst. Deze compressor kan zowel worden aangedreven door een gasmotor (warmtepomp in combinatie met warmte/ kracht koppeling) of door een elektromotor.           
  • Bij een absorptiewarmtepomp wordt de transportvloeistof rondgeleid met behulp van een absorptie-generator cyclus. Deze cyclus kan worden aangedreven door zowel elektriciteit, gas of warmte (dit kan warmte zijn afkomstig van warmte/ kracht koppeling of stadsverwarming).           

Rendement

  • Het rendement van een warmtepomp wordt uitgedrukt in de Coëfficiënt of Performance (COP); de verhouding tussen de afgegeven energie en de opgenomen energie. Omgevings- en afvalwarmte zijn gratis en in zeer grote hoeveelheden beschikbaar en worden daarom ook niet meegenomen bij het bepalen van de COP. De COP is dus altijd groter dan 1; het rendement is altijd meer dan 100%.
  • Richtlijnen voor  de COP van warmtepompen in woningen en gebouwen zijn:
    • elektrische warmtepomp: 2,5 à 5,0           
    • gasmotor warmtepomp: 1,2 à 2,0
    • absorptiewarmtepomp: 1,0 à 1,5           

Compressietechniek

De huidige generatie warmtepompen zijn vooral gebaseerd op de elektrisch aangedreven compressietechniek. De werking is te zien in onderstaande figuur.

23513_WP-1-3b-400

Figuur 1: Warmtepomp met als warmtebron buitenlucht.

  • Stap 1: Onttrekking van warmte
    Een vloeistof met een kookpunt lager dan de omgevingstemperatuur dient als transportmiddel van de warmte. De vloeistof onttrekt warmte aan de buitenlucht of andere warmtebron en verdampt in de verdamper (1).
  • Stap 2: Compressie
    Een compressor (2) drukt vervolgens de verdampte vloeistof samen. Hierdoor stijgt de druk en de temperatuur van de damp. Dit is vergelijkbaar met het oppompen van een fietsband: door het pompen neemt de druk toe en wordt de onderkant van de pomp, waar de druk het hoogst is, behoorlijk heet.
  • Stap 3: Afgifte van warmte
    De warmte van de damp kan worden afgestaan aan bijvoorbeeld een cv-installatie. In de condensor (3) wordt de warmte afgegeven aan het koudere cv-water. De damp koelt af, zelfs zó ver dat deze weer condenseert tot vloeistof. De vloeistof stroomt via een smoorventiel (die de druk en daarmee ook de temperatuur verlaagt) naar de verdamper (1), waar het proces van voor af aan begint.           

Absorptietechniek

  • Het proces start bij de bellenkoker, waar de gasbrander een ammoniak/watermengsel verwarmt. Omdat het kookpunt van ammoniak lager is dan van water, ontstaan er ammoniak dampbellen die in de stijgleiding van de bellenkoker omhoog stijgen. De ammoniak dampbellen nemen tijdens deze verplaatsing een hoeveelheid water mee. 
  • Bovenin de bellenkoker wordt de ammoniakdamp afgescheiden van het water, en stijgt verder door naar de condensor. In de condensor geeft de ammoniakdamp warmte af aan het CV-water dat om de condensor stroomt. Hierdoor koelt de ammoniak af en wordt het weer vloeibaar.
  • De vloeibare ammoniak vloeit door zwaartekracht naar de verdamper waar het in een helium omgeving wordt gebracht. Doordat de ammoniak in een helium omgeving komt zakt de dampdruk van de ammoniak. De ammoniak kan daardoor verdampen bij lage temperaturen.
  • Voor het verdampen heeft de ammoniak warmte nodig. Deze warmte wordt door een warmtewisselaar onttrokken aan de warmtebron: bodem, buitenlucht of stromend oppervlaktewater.
  • Doordat het gasmengsel in de verdamper steeds rijker wordt aan ammoniak en ammoniakdamp relatief zwaar is, zakt het gasmengsel in de verdamper door zwaartekracht naar beneden. Het gasmengsel stroomt uiteindelijk in de absorber. In de absorber wordt het ammoniak/helium gasmengsel in tegenstroom gebracht met het water dat (d.m.v. communicerende vaten) uit de bellenkoker komt. De ammoniak wordt geabsorbeerd door het water waardoor de energie, die via de warmtebron was ingebracht, op een hoog temperatuurniveau wordt vrijgegeven aan het CV-water dat om de absorber stroomt. Het helium komt hierbij weer vrij en stijgt op in de absorber om vervolgens terug te stromen naar de verdamper.
  • Het water/ammoniak mengsel stroomt door de zwaartekracht terug naar de bellenkoker waar het proces weer van voren af aan begint.           

Meer informatie

Nederlands Platform Warmtepompen (home)
Milieucentraal - Warmtepompen
ISSO - Publicaties - Handboek Warmtepompen

Warmtebronnen


Warmtepompen onttrekken duurzame, lage temperatuur warmte aan de omgeving en staan deze warmte op een hoger, bruikbaar temperatuurniveau weer af. Diverse lage temperatuur bronnen kunnen als warmtebron voor een warmtepomp worden gebruikt.

Mogelijke bronnen

  • Ventilatielucht is zeer geschikt voor een warmtepompboiler maar onvoldoende voor ruimteverwarming. Deze optie is interessant als de lucht in de woning mechanisch wordt afgezogen, maar er geen luchttoevoer kanalensysteem in de woning is. Hierdoor is er met name in de bestaande bouw een behoorlijk potentieel voor deze warmtepompboilers. De warmtepompboiler kan zowel per woning als collectief op appartementen complex niveau worden toegepast. In nieuwbouw woningbouw is gebalanceerde ventilatie met warmteterugwinning een concurrerend alternatief.
  • Buitenlucht heeft als voordeel dat de warmte relatief goedkoop kan worden benut maar heeft als nadeel dat de temperatuur laag is, juist als er een grotere warmtebehoefte ontstaat. Buitenlucht is met name voor individuele systemen het overwegen waard.
  • Oppervlaktewater heeft als nadeel dat het niet standaard aanwezig is en bovendien duur is per woning. Hierdoor wordt oppervlakte water alleen in collectieve systemen als bron gebruikt.
  • Industriële restwarmte heeft dezelfde kenmerken als oppervlaktewater maar heeft veelal een hogere temperatuur waardoor een hoger rendement behaald kan worden.
  • Warmte-/ koude opslag in de bodem(slangen door de aarde waar een medium doorheen loopt dat warmte opneemt) heeft als voordeel dat het goed per individuele woning toegepast kan worden. Het nadeel is dat het ten opzichte van buitenlucht of grote collectieve bronsystemen een dure techniek is.
  • Warmte- / koude opslag in een aquifer heeft als nadeel dat het te duur is voor een individuele woning. Het voordeel is dat deze optie bij opschaling, vanaf circa 50 woningen, economisch wel interessant wordt. Voor een aquifer hoeft immers maar eenmaal geboord te worden, onafhankelijk van het aantal verbonden woningen. Bovendien kunnen woningen bij deze optie zonder meerkosten of extra energiegebruik eveneens gekoeld worden.         

Aquifers zijn watervoerende zandlagen. Het opslagsysteem bestaat uit een warme en koude bel en een warmtewisselaar. In de zomer wordt overtollige warmte uit gebouwen of de omgeving via de warmtewisslaar opgeslagen in de warme bel van het aquifer. Tegelijkertijd wordt er koude onttrokken aan de andere bel. Via de warmtewisslaar wordt dit in gebouwen gebruikt voor koeling. In de winter wordt de opgeslagen warmte aan de warme bel onttrokken en via de warmtewisselaar benut voor verwarmingsdoeleinden. Het hierdoor afgekoelde grondwater wordt vervolgens weer in de koude bel gepompt.

Meer informatie

Nederlands Platform Warmtepompen (home)
Nederlandse Vereniging voor Ondergrondse Energieopslagsystemen NVOE (home)
Stichting Warmtepompen - zoekpagina projecten en warmtepompenconfiguraties
Milieucentraal - Warmtepompen
Koudewarmteopslag Brabant (home)
ISSO - Publicaties - Handboek Warmtepompen

Warmte-afgiftesystemen - warmtepompen

LTV voorwaarde voor toepassing warmtepomp

LTV is een verwarmings- en distributiesysteem met een lagere aanvoer- en retourtemperatuur dan een conventioneel systeem met (hoge temperatuur) radiatoren. Voorbeelden van LTV zijn lucht-, wand- en vloerverwarming, vergrote radiatoren en convectoren. Het systeem moet zodanig zijn dat de aanvoertemperatuur voor de ruimteverwarming maximaal 55 °C bedraagt. Lagere verwarmingstemperaturen geven hogere efficiëntie. Dit wordt veroorzaakt door twee factoren:


  • In de eerste plaats ontstaat een betere afstemming tussen warmteproductie (conversie) en warmteafgifte doordat de warmtepomp een geringe temperatuursprong maakt.
  • In de tweede plaats worden transport- en stilstandverliezen beperkt. Bij collectieve warmtedistributiesystemen zijn lagere temperaturen uiterst effectief.         

Ook al wordt er binnen een project niet direct gekozen voor warmtepompen, verdient het aanbeveling om LTV toe te passen. Hierdoor is het namelijk mogelijk om op warmtepompen later alsnog te plaatsen. Later aanleggen van LTV is een ingrijpende operatie en daarmee ook erg kostbaar.

  • SenterNovem heeft een speciale website over LTV systemen. ISSO publicaties gaan in op de technische aspecten.
  • De SenterNovem EPN website geeft onder het onderdeel maatregelen uitgebreide informatie over LTV en over luchtverwarming.         

Meer informatie

ISSO - Publicaties - Warmteverliesberekening voor woningen en woongebouwen
SenterNovem - Nieuwbouw en EPN (home)
Koudewarmteopslag Brabant (home)
Lage Temperatuur Verwarming (site)

Warmtepomp toepassingen

Er zijn meerdere toepassingsmogelijkheden voor warmtepompen binnen de woningbouw. We onderscheiden:

  • de functie waar de warmtepomp voor wordt ingezet.
  • de schaalgrootte van het warmtepompsysteem.
  • de inzet van de warmtepomp al dan niet in combinatie met andere warmte-opwekkers.       

Functies van de warmtepomp

  • Warmtepompen kunnen zowel warmte leveren voor ruimteverwarming, warm tapwater bereiding als de combinatie van beide. Daarnaast worden warmtepompen steeds meer toegepast vanwege de mogelijkheid van duurzame koeling.
  • We spreken van een combi-warmtepomp bij de gecombineerde warmtelevering voor ruimteverwarming en warm tapwater.
  • Een warmtepompboiler gebruikt de warmtepomptechnologie voor de bereiding van warm tapwater.       

Schaalgrootte van de warmtepomp

  • Warmtepompen kunnen zowel op woning als op wijkniveau worden toegepast.
  • Wanneer er per woning een warmtepomp wordt toegepast is er sprake van een individueel of klein collectief  systeem. De warmtebron kan bij individuele warmtepompen zowel individueel als ook collectief zijn. In het laatste geval is een cluster van woningen op één bron aangesloten, echter elk voorzien van een individuele warmtepomp (klein collectief systeem).
  • Collectieve  warmtepompen kunnen worden ingezet voor warmtelevering aan meerdere woningen zoals een appartementencomplex of een gehele woonwijk. Hierbij is sprake van zowel een collectief bronsysteem als ook een collectieve warmtepomp.       

Inzet van de warmtepomp

  • Afhankelijk van de schaalgrootte van projecten worden warmtepompen zelfstandig (monovalent systeem) of in combinatie met bijvoorbeeld een ketel (bivalent systeem) toegepast.
  • Binnen een bivalent systeem wordt de warmtepomp zoveel als mogelijk ingezet. Alleen wanneer er sprake is van een zeer grote warmtevraag springt de cv-ketel bij. Met een dergelijk bivalent systeem worden de investeringen beperkt terwijl wel bijna het maximale milieuvoordeel wordt behaald. Bivalente warmtepompsystemen worden toegepast op zowel appartement als wijkniveau.
  • Op woningniveau worden alleen monovalente warmtepompsystemen toegepast.       

Meer informatie

Nederlands Platform Warmtepompen (home)
Koudewarmteopslag Brabant (home)
Milieucentraal - Warmtepompen
TNO rapport - Standaard opzet monitoring voor warmtepompsystemen in de woningbouw (Pdf)
ISSO - Publicaties - Handboek Warmtepompen

Merken en typen warmtepompen


Er is een kwaliteitskeurmerk voor warmtepompen. De website van de Stichting Kwaliteitskeur Warmtepompen geeft een actueel overzicht van goedgekeurde typen warmtepompen en leveranciers.  

                  

Meer informatie

Stichting Warmtepompen - Ledenlijst
Nederlands Platform Warmtepompen (home)
Energie Prestatie Keur - Energie leverende Producten Lijst
Kwaliteitskeur Warmtepompen (home)

Voorwaarden voor plaatsing warmtepompen


Er geldt een aantal voorwaarden voor de plaatsing van een warmtepomp in nieuwbouw woningen.


  • Warmtepompen komen financieel het beste tot hun recht wanneer in de woning al energiebesparende maatregelen zijn genomen. De Trias Energetica geeft deze rangorde ook aan. 
  • Lage-temperatuur verwarming (<55°C), ofwel LTV, is een voorwaarde voor het toepassen van de warmtepomp. Vloer en wandverwarming en luchtverwarming zijn het meest geschikt. Bij deze systemen is tevens koeling mogelijk. 
  • Er moet een warmtebron aanwezig zijn. De bron kan per woning aangelegd worden, maar in nieuwbouwwijken kan er ook voor gekozen worden om een collectief broncircuit aan te leggen. In de energievisie zal deze optie meegenomen moeten worden. 
  • De warmtevraag van de woning moet zo nauwkeurig mogelijk worden geschat. Een overschatte warmtevraag verlaagt het rendement van een warmtepomp sterk doordat de warmtepomp niet optimaal kan worden ingezet. 
  • De opstellingsruimte voor een warmtepomp dient goed gekozen te zijn in verband met een beperkte hoeveelheid geluid en trillingen die een warmtepomp kan veroorzaken en vanwege de afmetingen en het gewicht. Bij voorkeur worden warmtepompen op de begane grond geplaatst op een locatie die niet direct grenst aan slaapvertrekken. Het benodigde ruimtebeslag voor een individuele combiwarmtepomp bedraagt ca. 0,6 m² bij 2 meter hoog.
  • Bij gebruik van de bodem als bron kan een vergunning nodig zijn (open bron = >15 m³/h).  

Meer informatie

Nederlands Platform Warmtepompen (home)
Koudewarmteopslag Brabant (home)
ISSO - Publicaties - Handboek Warmtepompen

Kosten en baten van warmtepompsystemen

Invloed op de Energie Prestatie Coëfficiënt (EPC)

  • Het Bouwbesluit stelt eisen aan de maximaal toelaatbare EPCvoor een woning, naar verwachting wordt per 1-1-2006 een EPC verlaging voor nieuwbouwwoningen doorgevoerd van 1,0 naar 0,8.
  • Het effect van de warmtepomp op de EPC hangt af van toepassing, warmtebron, merk en type warmtepomp en van de aanvoertemperatuur van het water. Let op deze zaken bij de invoer en vraag om de specificaties.
  • De EPN website van Novem geeft onder het hoofdstuk maatregelen inzicht in de EPC verlaging van warmtepompen en LTV.
  • De EPC-invloed en de kosten van een warmtepomp zijn indicatief te berekenen met de rekensheet 'EPC en kosten'.  'EPC en kosten' is te downloaden van de EPN site.      

23514_WP-1-6-400 Energie- en energiekostenbesparing

  • Met een warmtepomp kan bij een huishouden ongeveer 30 tot 50% bespaard worden op het primaire energiegebruik voor verwarming.
  • Het aardgasgebruik voor verwarming kan tot 0 worden teruggedrongen. Hier tegenover staat een hoger elektriciteitsgebruik voor de aandrijving van de warmtepomp. Voor een woning met een aardgasgebruik van 1200 m³ bij gebruik van een HR-combiketel zal een compressiewarmtepomp ca 2.300 kWh extra aan elektriciteit gebruiken. 

Investeringskosten

  • Een warmtepomp kost per woning €2000-5000 (zonder subsidies, installatiekosten en BTW). De investeringskosten zijn sterk afhankelijk van de projectgrootte en de toepassing. Door het toepassen van een warmtepomp als stand-alone installatie worden de kosten van een combi-ketel uitgespaard.
  • De investeringskosten voor warmtebronnen zijn sterk afhankelijk van soort en projectomvang. De veel toegepaste indirecte warmtebron warmte- / koudeopslag kost €300-500 /kWth (zonder subsidies en BTW, inclusief installatiekosten). De investeringskosten zijn sterk afhankelijk van projectgrootte en projectlocatie. Een belangrijk gegeven hierbij is de lokale bodemgesteldheid.
  • LTV kan op een aantal manieren worden gerealiseerd. Afhankelijk van de grootte van de woning en het type afgiftesysteem bedragen de meerinvesteringen ten opzichte van conventionele radiatoren € 200 -2.000 per woning.          

Subsidies

  • Soms zijn er gemeentelijke of provinciale projectsubsidies beschikbaar of subsidies van het energiebedrijf.
  • Voor onderzoek  en innovatieve toepassingen  zijn verschillende subsidieregelingen  beschikbaar. Kijk voor een actueel overzicht bij het onderdeel subsidies van deze website.           

Huur en lease

  • Energiebedrijven, verhuurorganisaties en sommige installateurs verhuren warmtepompboilers.
  • Energiebedrijven en sommige installateurs investeren, exploiteren en onderhouden warmtepompprojecten zelf. De uiteindelijke kosten voor de bewoners/ ontwikkelaars bestaan uit een éénmalige investeringsbijdrage en de kosten voor het energiegebruik.          

Onderhoud

  • Onderhouds- en bedieningskosten voor een warmtepomp bedragen ca. 2 % van de investeringskosten. Een individuele warmtepomp moet net als een ketel periodiek (1 maal per jaar) onderhouden worden.
  • Onderhouds- en bedieningskosten voor een warmte-/koude opslagsysteem zijn circa €3/kWth/jaar. Afhankelijk van de eisen van vergunningverlener (provincie) zijn periodiek  debiet- en temperatuurmetingen vereist. De pomp en de filters van de warmte/koude opslag moeten periodiek onderhouden worden.
  • De levensduur van warmtepompen is met 15 jaar vergelijkbaar met een HR-ketel.         

Meer informatie

NEN - NPR 5129:2005 nl - Energieprestatie van woonfuncties en woongebouwen
TNO rapport - Standaard opzet monitoring voor warmtepompsystemen in de woningbouw (Pdf)
SenterNovem - Nieuwbouw en EPN (home)
SenterNovem - Nieuwbouw en EPN - Download EPC & Kosten
Wijzigingsdatum | 03-09-2009