Veel gestelde vragen over de "bedrijvenregeling"
Hieronder vindt U veel gestelde vragen over de bedrijvenregeling.
| 3. |
Hoe vraagt een eigenaar of erfpachter subsidie aan? |
|
Eigenaren of erfpachters of hun gemachtigde kunnen subsidie aanvragen bij het bevoegde gezag Wbb. Dit kan alleen als men zich tijdig heeft aangemeld. Neem voor het indienen van een aanvraag tot subsidieberlening contact op met het bevoegd gezag (zie het overzicht van alle gemeenten en het daarbij behorende bevoegd gezag Wbb). |
|
Naar boven |
| 4. |
Hoeveel draagt de overheid bij aan sanering? |
|
De hoogte van de bijdrage is afhankelijk van de betrokkenheid bij de oorzaak van de verontreiniging en/of van het moment waarop het verontreinigde terrein is verworven. Voor midden- en kleinbedrijven gelden hogere bijdragepercentages om tegemoet te komen aan schaalnadelen van kleinere bedrijven. In het stappenschema kunt u zien tot welke bijdragepercentages dit in concrete gevallen leidt. |
|
Naar boven |
| 5. |
Wat zijn de voorwaarden om in aanmerking te komen voor een bijdrage? |
|
Om in aanmerking te komen voor een bijdrage gelden de volgende voorwaarden: - De eigenaar of erfpachter heeft het verontreinigde terrein vóór 1 januari 2008 aangemeld bij het bevoegd gezag.
- Het gaat om een ernstige bodemverontreiniging, die volgens het bevoegd gezag een onaanvaardbaar risico oplevert. Ofwel de noodzaak tot sanering is ontstaan door voorgenomen activiteiten, zoals bouwen, op het bedrijfsterrein. Koop/verkoop kan in relatie tot een voornemen om te gaan bouwen worden aangemerkt als een voorgenomen activiteit.
- De verontreiniging is geheel of gedeeltelijk veroorzaakt vóór 1 januari 1975. Dit wordt vastgesteld aan de hand van een protocol voor ouderdomsbepaling van de bodemverontreiniging.
- Het terrein was al vóór 1 januari 1995 in eigendom of erfpacht van de huidige eigenaar of erfpachter.
- De eigenaar of erfpachter saneert goed en op tijd.
- De sanering van de verontreiniging is nog niet aangevangen.
- Het terrein is en blijft bedrijfsterrein.
- Er is geen andere overheidsbijdrage voor de bodemsaneringskosten.
|
|
Naar boven |
| 8. |
Wat wordt er bedoeld met de begrippen “bedrijfsterrein” en “onderneming” in het kader van de bedrijvenregeling? |
|
Hieronder volgt een nadere toelichting op de begrippen "bedrijfstrerrein" en "onderneming" zoals bedoeld in het Besluit financiële bepalingen bodemsanering en de Wbb.
In art. 55a van de Wbb wordt onder een bedrijfsterrein verstaan een perceel waarop bedrijfsactiviteiten worden verricht door een onderneming in de zin van de Wet op de inkomstenbelasting 2001 of de Wet op de vennootschapsbelasting 1969, niet behorend tot de landbouwsector.
Uit navraag bij de belastingdienst is gebleken dat in de Wet op de inkomstenbelasting 2001 en de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 het begrip "onderneming" niet is gedefinieerd, maar dat de rechtspraak wel tot een defenitie is gekomen. Deze is als volgt: "Een onderneming = een duurzame organisatie die erop gericht is met behulp van arbeid en kapitaal deel te nemen aan het maatschappelijk produktieproces met het oogmerk winst te behalen". Hierbij is toegelicht dat van een oogmerk winst te behalen sprake is indien het de wil en bedoeling is winst te maken. Verder is aangegeven dat op objectieve wijze op basis van feiten beoordeeld moet worden of er sprake is van een onderneming. |
|
Naar boven |
| 9. |
Hoe zit het nu met verwerving na 1995, zonder economisch gewin? |
|
Een knelpunt in het Interimbeleid betrof situaties waarin geen subsidie kon worden toegekend aan bedrijven die na 1995 hebben verworven, terwijl er geen sprake was van economisch gewin, zoals bij een omzetting van de rechtsvorm of overdracht in familieverband. Om deze reden regelt artikel 18 van het Besluit dat deze situaties niet moeten worden beschouwd als verwerving. Uit de toelichting op artikel 18 blijkt dat het gaat om situaties waarbij aannemelijk kan worden geacht dat de eventuele aansprakelijkheid voor bestaande bodemverontreiniging niet is meegewogen. Deze opsomming is niet limitatief bedoeld. Niet expliciet genoemde situaties, waarvoor datzelfde argument kan gelden, kunnen ook worden gezien als een uitzondering op de verwerving als bedoeld in artikel 17. Daarbij kan worden gedacht aan een overdracht binnen een holding waarbij geen sprake is van economisch gewin, de aansprakelijkheid niet is meegewogen en de zeggenschap grotendeels in handen van dezelfde natuurlijke persoon is gebleven. Dit kan worden aangemerkt als een met de in artikel 18 genoemde situaties vergelijkbare omstandigheid. Daarbij dient moet de overdracht wel zijn vrijgesteld van overdrachtsbelasting. De beslissing om in een dergelijk geval subsidie toe te kennen, dient goed gemotiveerd worden. |
|
Naar boven |
| 10. |
Er zal worden gesaneerd naar een gevoeliger gebruik dan bedrijfsterrein, mag dat? |
|
Ja, zoals volgt uit artikel 16 van het Besluit is het saneren tot gevoeliger gebruik, dan tot het gebruik als bedrijfsterrein, onder voorwaarden subsidiabel. Een bedrijf kan verdergaande saneringsmaatregelen nemen. Deze saneringsmaatregelen (dat wil zeggen verdergaande milieumaatregelen) kunnen subsidiabel zijn onder de bedrijvenregeling, aangezien hiermee een duurzame oplossing kan worden gecreëerd. Echter, ten onrechte verleende subsidie kan achteraf worden teruggevorderd. Hierbij is van belang dat de subsidie bedoeld is voor bedrijfsterreinen, die ten minste de eerste vijf jaar na instemming met het evaluatieverslag (zie artikel 39C Wbb) in gebruik dienen te blijven als zodanig. |
|
Naar boven |
| 11. |
Dient er bij het bepalen van de MKB-toeslag te worden gekeken naar de eigenaar/erpachter of naar de gebruiker van het bedrijfsterrein? |
|
In het kader van de bedrijvenregeling kan het vastgestelde subsidiepercentage met 10% (zogenaamde MKB-toeslag) worden verhoogd om het schaalnadeel voor midden-en kleinbedrijven te compenseren.
Ten tijde van het interimbeleid werd het subsidiepercentage beoordeeld aan de hand van het bedrijf aan wie het terrein ten dienste staat (dus: de onderneming die gebruik maakt van het terrein), artikel 7.3 van de model-subsidieverondening bodemsanering bedrijfsterreinen. In het huidige Besluit financiële bepalingen bodemsanering geldt dat de verhoging van toepassing is als de eigenaar/erfpachter een onderneming is en voldaan wordt aan de definitie van midden- en kleinbedrijven (artikel 19 lid 1). Voorts geldt een verhoging als de eigenaar/erfpachter onderneming noch overheid is (artikel 19 lid 2). Daarbij moet worden gedacht aan een particulier die een bedrijfsterrein verhuurt. Uitgangspunt is steeds dat de positie van de eigenaar/erfpachter bepalend is voor het vaststellen van het subsidiepercentage. Hij is immers ook degene op wie de saneringsplicht rust. |
|
Naar boven |
|
Wijzigingsdatum | 22-10-2009
|
|